ECLI:NL:HR:2008:BD3665
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verstekverlening en afwijzing verzoek aanhouding wegens vermeende verkeerde locatieverwijzing
In deze strafzaak werd verstek verleend tegen de verdachte omdat hij niet op de terechtzitting verscheen. De raadsman voerde aan dat verdachte wel tijdig aanwezig was in het Paleis van Justitie, maar door bodes naar een verkeerde locatie was verwezen, en dat het onderzoek al was gesloten toen verdachte zich bij het Hof meldde.
Het Hof wees het verzoek van de raadsman om de behandeling aan te houden af, omdat de raadsman geen geldige reden gaf voor het niet verschijnen van de verdachte en bovendien niet uitdrukkelijk gemachtigd was. Het Hof verstrekte op grond van art. 83 RO Pro inlichtingen aan de Hoge Raad waaruit bleek dat het Hof geen andere feiten kende dan die in het proces-verbaal waren vermeld.
De Hoge Raad oordeelde dat er geen feitelijke grondslag was voor het cassatieberoep en verwierp het middel. Daarmee bleef het verstek tegen verdachte in stand en werd het verzoek tot aanhouding van de behandeling afgewezen.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de verstekverlening tegen verdachte.