ECLI:NL:HR:2008:BD3900
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot horen getuige wegens ontbreken noodzaak
In deze strafzaak was de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en bedreiging. De verdediging verzocht tijdens de terechtzitting in hoger beroep om het horen van een getuige die haar eerdere belastende verklaring had ingetrokken. Deze getuige had verklaard dat zij destijds tegen de politie had gelogen uit wraakgevoelens.
Het hof wees het verzoek af omdat de verklaring van de getuige niet het enige bewijsmiddel was en zij haar verklaring niet formeel had ingetrokken voor de rechter. Het hof vond dat het noodzakelijkheidscriterium van artikel 315 Wetboek Pro van Strafvordering niet was vervuld en dat de beginselen van een behoorlijke procesorde geen aanleiding gaven tot het horen van deze getuige.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof had moeten letten op de termijn waarbinnen het verzoek was gedaan, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit niet van toepassing was in deze situatie. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de afwijzing van het verzoek tot het horen van de getuige wegens ontbreken van noodzaak.