ECLI:NL:HR:2008:BD5507
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Behandelingsplan opgesteld door arts-assistent voldoet aan art. 38 Wet Bopz
In deze zaak ging het om de vraag of een behandelingsplan, dat is opgesteld en ondertekend door een arts-assistent, voldeed aan de eisen van artikel 38 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). Betrokkene was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling. De rechtbank had de machtiging verleend ondanks dat het behandelingsplan was opgesteld door een arts-assistent, hetgeen door betrokkene werd bestreden.
De Hoge Raad stelde vast dat artikel 38 Wet Pro Bopz vereist dat het behandelingsplan wordt opgesteld door de voor de behandeling verantwoordelijke persoon, maar niet dat dit per se een arts of psychiater moet zijn. De wetsgeschiedenis laat zien dat in psychiatrische ziekenhuizen de verantwoordelijkheid voor behandeling niet altijd bij een arts berust. Het feit dat in artikel 14a lid 5 Wet Bopz wordt geëist dat een behandelingsplan door een psychiater moet worden opgesteld, betreft een andere situatie, namelijk een voorwaardelijke machtiging voor personen die niet in een psychiatrisch ziekenhuis verblijven.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee dat het door een arts-assistent ondertekende behandelingsplan volstaat voor de vereisten van artikel 38 Wet Pro Bopz. Dit betekent dat de rechtbank terecht de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling heeft verleend. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 19 september 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat een behandelingsplan opgesteld door een arts-assistent voldoet aan art. 38 Wet Bopz.