ECLI:NL:HR:2008:BD5718

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/085HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling en faillissementsbenoeming bevestigd

Verzoekster werd door de rechtbank Rotterdam onder een definitieve schuldsaneringsregeling geplaatst. Op verzoek van de bewindvoerder werd de toepassing van deze regeling tussentijds beëindigd, waarna de rechtbank een curator en rechter-commissaris benoemde in het faillissement van verzoekster.

Verzoekster ging in hoger beroep tegen deze beslissing, maar het gerechtshof te 's-Gravenhage bekrachtigde het vonnis. Vervolgens stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep werd daarom verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling met faillissementsbenoeming bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling met faillissementsbenoeming blijft gehandhaafd.

Uitspraak

5 september 2008
Eerste Kamer
Nr. R07/085HR
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 augustus 2006 is ten aanzien van [verzoekster] de definitieve schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Op 15 februari 2007 heeft de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder, een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
Na mondelinge behandeling van de zaak waarbij [verzoekster] en de bewindvoerder zijn gehoord heeft de rechtbank bij vonnis van 21 maart 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd met benoeming in haar faillissement van een rechter-commissaris en een curator.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 17 april 2007 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.