ECLI:NL:HR:2008:BD6380

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03444/06 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • B.C. de Savornin Lohman
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van aanvrage tot herziening wegens ontbreken nieuwe feiten

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch uit 1991, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en diefstal met gebruik van valse sleutels. De aanvrage tot herziening werd ingediend door de advocaat namens de aanvrager.

Volgens artikel 457 lid 1 sub Pro 2 Sv kunnen alleen nieuwe, met bewijsmiddelen gestaafde feiten die bij het oorspronkelijke onderzoek niet aan het licht zijn gekomen en die het vermoeden wekken dat de uitkomst van de zaak anders zou zijn geweest, grond zijn voor herziening. Artikel 459 Sv Pro vereist dat de aanvrage deze feiten en bewijsmiddelen duidelijk vermeldt.

De Hoge Raad oordeelde dat de aanvrage geen feiten bevatte die aan deze voorwaarden voldeden. Er was geen nieuwe omstandigheid die het ernstig vermoeden wekte dat de zaak bij bekendheid daarvan tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid van het OM of een lichtere straf zou hebben geleid.

Daarom kon de aanvrage niet worden ontvangen en verklaarde de Hoge Raad deze niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt de strikte criteria voor herziening van strafzaken en benadrukt het belang van het aanvoeren van nieuwe, relevante feiten.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen.

Uitspraak

8 juli 2008
Strafkamer
nr. 03444/06 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 12 november 1991, nummer 20/001317-91, ingediend door mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, ten tijde van de indiening van de aanvrage verblijvende in de Prof. Mr. W.P.J. Pompekliniek te Nijmegen.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 7 mei 1991 - de aanvrager ter zake van 1 subsidiair "poging tot zware mishandeling" en 2. "diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels" veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, met last tot terbeschikkingstelling en bevel tot verpleging van overheidswege.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. Het in de aanvrage gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 8 juli 2008.