ECLI:NL:HR:2008:BD6386
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens gebrek aan belang bij klacht over bewijsoverweging
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin verdachte was veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 aanhef Pro en onder C van de Opiumwet. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank Roermond dat een gevangenisstraf van twaalf maanden oplegde, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Verdachte klaagde in cassatie dat de nadere bewijsoverweging in het hofarrest onvoldoende duidelijk vermeldde aan welke bewijsmiddelen de daarin genoemde feiten en omstandigheden waren ontleend. De Hoge Raad verwijst naar de conclusie van de Advocaat-Generaal dat verdachte geen belang heeft bij deze klacht, omdat hij dit verweer in het hoger beroep onmiskenbaar heeft laten varen.
De Hoge Raad beoordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat verdere motivering niet nodig is. Het beroep wordt daarom verworpen. Hiermee blijft het hofarrest in stand, inclusief de opgelegde straf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hofarrest en de straf blijven in stand.