ECLI:NL:HR:2008:BD6823
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over verontreinigingsheffing festivalterrein als bedrijfsruimte
Belanghebbende organiseerde in de jaren 2000, 2001 en 2003 een festival in een openbaar park te Q, waarvoor zij vergunning had. Het Hoogheemraadschap legde aanslagen en boetes op in de verontreinigingsheffing, welke na bezwaar werden gehandhaafd. Het Hof Amsterdam oordeelde dat het festivalterrein geen bedrijfsruimte was, omdat het geen afzonderlijk geheel vormde en openbaar bleef.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof ten onrechte het openbare karakter van het terrein als maatstaf heeft genomen en dat het voor de kwalificatie als bedrijfsruimte niet relevant is of het terrein openbaar is of dat belanghebbende zich ten eigen bate bedient. Het terrein moet als bedrijfsruimte worden beschouwd indien het zonder meer dan bijkomstige afhankelijkheid van elders kan worden gebruikt.
Omdat het Hof niet heeft vastgesteld dat het festivalterrein niet als bedrijfsruimte kan worden gebruikt, is diens oordeel onjuist. Ook is het onjuist dat belanghebbende geen gebruiker zou zijn; door het organiseren van het festival en het treffen van voorzieningen gebruikt zij het terrein in die periode. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
Verder constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure en wijst het verwijzingshof op de mogelijkheid dit mee te wegen bij de boete. Proceskostenveroordeling wordt uitgesloten, en het verwijzingshof zal de kostenvergoeding aan belanghebbende beoordelen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.