ECLI:NL:HR:2008:BD6831

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43319
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 234 Gemeentewet
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over bewijskracht schermprint parkeerbelasting Rotterdam

Op 24 juli 2004 werd aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd wegens het niet voldoen van parkeerbelasting in Rotterdam. Belanghebbende had een dagdeelvergunning (kraskaart) overgelegd als bewijs van betaling. De naheffingsaanslag werd gehandhaafd door de directeur Gemeentebelastingen na bezwaar.

Het Gerechtshof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag, omdat het hof oordeelde dat de door de heffingsambtenaar overgelegde schermprint met opmerkingen van de parkeercontroleur onvoldoende bewijskracht had tegenover de dagdeelvergunning.

De Hoge Raad stelt dat het hof onjuist of onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld over de bewijskracht van de schermprint. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.

De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling en spreekt het arrest uit in aanwezigheid van drie raadsheren en een waarnemend griffier op 11 juli 2008.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor herbeoordeling met betrekking tot bewijskracht van schermprint.

Uitspraak

Nr. 43.319
11 juli 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 juli 2006, nr. BK-04/03177, betreffende een aan X te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is ter zake van het parkeren op 24 juli 2004 te Q een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen van de gemeente Rotterdam opgelegd. De naheffingsaanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de directeur Gemeentebelastingen van de gemeente Rotterdam gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, en de uitspraak alsmede de naheffingsaanslag vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Het College heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van het middel
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Op 24 juli 2004 omstreeks 15.56 uur heeft een parkeercontroleur de auto van belanghebbende met kenteken AA-00-BB aangetroffen op een parkeerterrein aan de a-straat te Q. Deze locatie is door burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam aangewezen als een parkeerplaats voor betaald parkeren. Op het voormelde tijdstip mocht ter plaatse worden geparkeerd tegen betaling van de verschuldigde parkeerbelasting.
3.1.2. De parkeercontroleur heeft geconstateerd dat de verschuldigde parkeerbelasting niet was voldaan. Naar aanleiding daarvan is een naheffingsaanslag aan belanghebbende opgelegd ten bedrage van € 46,25, bestaande uit € 1,25 aan parkeerbelasting en € 45 aan kosten.
3.2. Het Hof heeft het beroep van belanghebbende gegrond verklaard. Daartoe heeft het Hof overwogen dat de heffingsambtenaar tegenover de door belanghebbende overgelegde dagdeelvergunning (een zogenoemde kraskaart) geen deugdelijk en overtuigend bewijsmiddel in het geding heeft gebracht dat zijn vordering kan staven, zoals een schriftelijke en gemotiveerde verklaring van de betrokken parkeercontroleur. Een zogenoemde schermprint van de naheffingsaanslag met daarin een, naar zeggen van de heffingsambtenaar, door de parkeercontroleur ingevoerde vrije tekst omtrent de reden van het opleggen van de naheffingsaanslag, kan niet als zodanig bewijsmiddel dienen, aldus het Hof.
3.3. Het tegen dit oordeel gerichte middel slaagt. Indien het Hof heeft bedoeld te oordelen dat aan een schermprint geen enkele bewijskracht toekomt, is zijn oordeel onjuist. Indien het Hof heeft bedoeld te oordelen dat de onderhavige schermprint onvoldoende bewijs oplevert tegenover de door belanghebbende overgelegde dagdeelvergunning, is zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. De heffingsambtenaar heeft immers bij de mondelinge behandeling aangevoerd dat de tekst van de schermprint, waarop stond aangegeven dat de in de auto aangetroffen dagdeelvergunning reeds eerder - op 19 juni - was gebruikt, door de parkeercontroleur (reeds) bij het opleggen van de naheffingsaanslag in het systeem was ingevoerd en uit 's Hofs uitspraak blijkt niet of - en zo ja hoe - het dit betoog in de bewijswaardering heeft betrokken.
3.4. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2008.