ECLI:NL:HR:2008:BD7092
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzegging omgangsrecht vader met minderjarig kind
De man, verzoeker tot cassatie, was na echtscheiding van de vrouw, die het gezag over hun dochter kreeg, niet toegewezen omgangsrecht. Hij verzocht bij de rechtbank Utrecht om een omgangsregeling met veroordeling van de vrouw tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving. De rechtbank wees dit verzoek af, hetgeen het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde. De man stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de man niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De ontzegging van het omgangsrecht werd niet in strijd geacht met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens of het Burgerlijk Wetboek.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen. De beschikking werd gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 3 oktober 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontzegging van het omgangsrecht aan de vader.