ECLI:NL:HR:2008:BD7495
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen vice-president Hoge Raad in strafzaken
De zaak betreft een verzoek om wraking van mr. F.H. Koster, vice-president van de Hoge Raad, ingediend door de raadsman van de verzoeker in meerdere strafzaken. De verzoeker was in hoger beroep door het Gerechtshof Leeuwarden veroordeeld voor diverse strafbare feiten, waaronder afpersing, milieurechtelijke overtredingen, verkeersovertredingen en valsheid in geschrift.
Het wrakingsverzoek richtte zich op vermeende partijdigheid van mr. Koster, onder meer vanwege het niet reageren op verzoeken tot completering van het dossier, beperking van inzagerecht, en het beperken van de duur van de mondelinge toelichting. De raadsman stelde dat deze gedragingen de schijn van partijdigheid wekten.
De Hoge Raad overwoog dat de voorzitter van de meervoudige strafkamer bevoegd is de orde van de zitting te bepalen, waaronder de duur van de mondelinge toelichting. Verder was er geen bewijs dat de wettelijke rechten van de verzoeker waren geschonden of dat onrechtmatig gedrag had plaatsgevonden. De gronden met betrekking tot dossieronvolledigheid waren niet toewijsbaar aan de voorzitter.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de vice-president Corstens en raadsheren Balkema en Asser op 3 april 2008.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. F.H. Koster wordt afgewezen wegens gebrek aan aantoonbare onpartijdigheid.