ECLI:NL:HR:2008:BD7496
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen vice-president Hoge Raad in strafzaken
In deze zaak werd een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. G.J.M. Corstens, vice-president van de Hoge Raad, die betrokken was bij de behandeling van cassatieberoepen in meerdere strafzaken van de verzoeker. Het verzoek was gebaseerd op vermeende onrechtmatige handelingen en nalatigheden die zouden duiden op rechterlijke partijdigheid of de schijn daarvan.
De Hoge Raad behandelde het verzoek op 2 april 2008 in het openbaar, waarbij de Advocaat-Generaal concludeerde tot afwijzing. De wrakingsgrond werd getoetst aan de wettelijke bepalingen omtrent wraking, waarbij onder meer werd vastgesteld dat het achter gesloten deuren behandelen van het wrakingsverzoek conform de wet was, en dat het niet geven van een bevel aan een andere rechter om te verschijnen niet duidt op partijdigheid.
Verder werd vastgesteld dat het ontbreken van een wrakingsprotocol geen aanleiding geeft tot schending van onpartijdigheid. Ook andere aangevoerde gedragingen van mr. Corstens werden niet als feiten of omstandigheden beoordeeld die de onpartijdigheid zouden schaden. De wrakingskamerleden Van Schendel en Ilsink berusten in het verzoek, zodat alleen de wraking van mr. Corstens aan de orde bleef.
De Hoge Raad concludeerde dat het verzoek niet ontvankelijk was en wees het af. De beslissing werd uitgesproken door de president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend-griffier.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. G.J.M. Corstens wordt afgewezen wegens gebrek aan feiten die rechterlijke partijdigheid aantonen.