ECLI:NL:HR:2008:BD8770
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afschrijvingsrecht op opstallen bij economische eigendom en bedrijfscomplex
Belanghebbende en zijn broer zijn elk voor de helft gerechtigd tot de aandelen in Beheer B.V., die op haar beurt alle aandelen houdt in B B.V., exploitant van een caravanverkoopbedrijf op een bedrijfscomplex. De broers zijn tevens maat in een maatschap die onroerende zaken verhuurt aan B B.V. De economische eigendom van de opstallen op het complex werd volgens een overeenkomst van 12 oktober 1998 door Beheer B.V. aan de broers overgedragen voor een bedrag van f 1.085.000.
Het geschil betreft de vraag of belanghebbende op grond van artikel 35 Wet Pro IB 1964 afschrijvingen mag toepassen op de opstallen. Het hof oordeelde dat de overeenkomst geen praktische betekenis heeft omdat niet is gesteld of gebleken dat Beheer B.V. ooit de economische eigendom had. De advocaat-generaal (A-G) stelt dat deze uitleg ertoe leidt dat de broers als (economisch) eigenaar kunnen afschrijven, en dat het hof belanghebbende niet in de gelegenheid heeft gesteld zich uit te laten over de hoogte van de afschrijvingen in het scenario dat de overeenkomst geen betekenis heeft.
De Hoge Raad concludeert dat het hof tekort is geschoten in de procesorde door belanghebbende deze mogelijkheid niet te bieden. Hierdoor wordt het beroep gegrond verklaard. De uitspraak wordt niet gepubliceerd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege schending van de procesorde door het hof.