ECLI:NL:HR:2008:BE9588

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02000 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 RVV 1990Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken bewijsmiddelen bij snelheidsovertreding

De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een vonnis van de kantonrechter Alkmaar waarin hij werd veroordeeld voor een snelheidsovertreding. Hij stelde dat hij op het moment van de overtreding niet op de aangegeven plaats was, maar in een vergadering in Amsterdam, en dat zijn auto ook niet op die plaats aanwezig was.

De Hoge Raad beoordeelde het verzoek op grond van artikel 457, 459 en 460 Sv, waarin is bepaald dat een herzieningsverzoek moet worden onderbouwd met een opgave van bewijsmiddelen die de aangevoerde omstandigheid staven. Omdat de aanvrage geen bewijsmiddelen bevatte, kon het verzoek niet worden ontvangen.

De Hoge Raad verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee het eerdere vonnis. Dit arrest benadrukt het belang van een deugdelijke bewijsvoering bij herzieningsverzoeken in strafzaken.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een opgave van bewijsmiddelen.

Uitspraak

2 september 2008
Strafkamer
nr. 08/02000 H
SM/RR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de kantonrechter in de Rechtbank te Alkmaar van 28 april 2006, nummer 14/515362-05, ingediend door:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van artikel 20 aanhef Pro en onder a van RVV 1990" veroordeeld tot een geldboete van 250 euro, subsidiair vijf dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. In de aanvrage wordt aangevoerd dat de aanvrager op de datum waarop de snelheidsovertreding is geconstateerd zich niet op de "aangegeven plaats" bevond maar in een vergadering met collega's te Amsterdam, en dat zijn auto ook niet op die plaats was.
3.4. De aanvrage bevat geen opgave van bewijsmiddelen waaruit van de daarin genoemde omstandigheid kan blijken. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 2 september 2008.