ECLI:NL:HR:2008:BE9603
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen bij grensoverschrijdend hasjiesjtransport ondanks vrijspraak mededaders
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het opzettelijk vervoeren van ongeveer 150 kilogram hasjiesj over de Nederlandse grens naar Frankrijk. Verdachte werd samen met een medepassagier aangehouden in een auto waarin de drugs werden aangetroffen. Verdachte verklaarde geen wetenschap te hebben gehad van de drugs in de auto, maar het hof oordeelde dat hij voorwaardelijk opzet had op het vervoeren van de hasjiesj.
Het hof sprak mededaders vrij maar veroordeelde verdachte op grond van medeplegen. Verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring innerlijk tegenstrijdig was omdat hij veroordeeld werd terwijl mededaders werden vrijgesproken. De Hoge Raad oordeelde dat de termen "tezamen en in vereniging met een ander" feitelijk de omschrijving van medeplegen vormen en dat de bewezenverklaring niet tegenstrijdig is.
De Hoge Raad bevestigde dat medeplegen kan worden afgeleid uit de bewijsmiddelen en de overwegingen van het hof, en verwierp het cassatieberoep. Hiermee blijft de veroordeling van verdachte voor het vervoeren van drugs in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van hasjiesjtransport blijft in stand.