ECLI:NL:HR:2008:BF0416

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
42254
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 229, lid 1, letter b, GemeentewetArt. 40a WoningwetBesluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid legesheffing bij bouwvergunning ondanks indieningsvereisten

Belanghebbende, X B.V., had een bedrag aan leges betaald voor de behandeling van een aanvraag tot het verstrekken van een bouwvergunning bij de gemeente Arnhem. Deze leges waren gebaseerd op de aanneemsom inclusief omzetbelasting, conform de Legesverordening 2003 van de gemeente Arnhem. Na bezwaar handhaafde de heffingsambtenaar het bedrag, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde het bedrag aan leges.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad onderzocht of de gemeentelijke legesheffing in strijd was met het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning, dat voorschriften geeft over de wijze van indiening en de bij te voegen gegevens bij een bouwvergunningaanvraag.

De Hoge Raad oordeelde dat het Besluit slechts voorschriften geeft over de indiening en niet bindend is voor de gemeenteraad bij het vaststellen van het tarief voor leges. Hierdoor was de heffing van leges op basis van de aanneemsom inclusief omzetbelasting rechtmatig. De klacht van belanghebbende faalde en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de legesheffing blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 42.254
12 september 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 16 juni 2005, nr. 04/00575, betreffende geheven leges.
1. Het geding in feitelijke instanties
In verband met het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een bouwvergunning is van belanghebbende een bedrag aan leges geheven, welk bedrag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard en het bedrag aan leges verminderd.
De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klacht
3.1. Van belanghebbende is op grond van de Legesverordening 2003 van de gemeente Arnhem (hierna: de Verordening) een bedrag aan leges geheven ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een bouwvergunning. Dat bedrag aan leges is ingevolge de Verordening gebaseerd op de aanneemsom, inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting.
3.2. In cassatie herhaalt belanghebbende de reeds voor het Hof naar voren gebrachte klacht dat de heffing van het aldus berekende bedrag aan leges in strijd is met het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Stb. 2002, 409).
3.3. Dit op artikel 40a van de Woningwet gebaseerde besluit strekt slechts tot het geven van voorschriften omtrent de wijze van inrichting en indiening van een aanvraag om een bouwvergunning, alsmede omtrent de daarbij over te leggen gegevens en bescheiden. De gemeenteraad was daarom bij zijn tariefstelling voor de leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een bouwvergunning niet gebonden aan hetgeen in dat besluit of de daarbij behorende bijlage is vermeld. De klacht faalt derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2008.