ECLI:NL:HR:2008:BF0559
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens gewapende overval en voorbereiding na onregelmatige geurproeven
De aanvrager werd veroordeeld voor een gewapende overval op 3 augustus 2001 en de voorbereiding van een overval op 18 augustus 2001, waarbij onder meer diefstalvoertuigen en vuurwapens werden gebruikt. De veroordeling berustte deels op geuridentificatieproeven uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland.
Later bleek dat deze geurproeven mogelijk onregelmatig waren uitgevoerd, omdat de hondengeleider vooraf op de hoogte was van de sorteervolgorde van de geurdragers, wat het resultaat onbetrouwbaar maakt. De aanvrager verzocht daarom om herziening van het arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 2003.
De Hoge Raad oordeelt dat voor de feiten waarvoor de geurproeven als bewijs zijn gebruikt (feit 1, 3 en 4) sprake is van een ernstig vermoeden dat zonder deze onregelmatige proeven de aanvrager niet veroordeeld zou zijn. Voor de andere feiten waarbij de geurproeven niet als bewijs zijn gebruikt, is de aanvraag ongegrond.
Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond voor die feiten, beveelt zo nodig opschorting van de tenuitvoerlegging van het arrest en verwijst de zaak terug naar een ander gerechtshof voor nieuwe behandeling en beslissing. De aanvraag wordt voor het overige afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor bepaalde feiten en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.