ECLI:NL:HR:2008:BF1226

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43552
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.W. van den Berge
  • C.J.J. van Maanen
  • C. Schaap
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 AwbArt. 34 Invorderingswet 1990Art. 35 Invorderingswet 1990Art. 16 Wet financiering volksverzekeringen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling proceskostenvergoeding in bezwaarfase bij vernietiging uitspraak bezwaar en heropening bezwaarfase

Belanghebbende werd aansprakelijk gesteld voor loonbelasting/premieheffing door de Ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. De Ontvanger verklaarde het bezwaar tegen deze beschikking niet-ontvankelijk, maar verminderde later ambtshalve het bedrag van de aansprakelijkstelling.

Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, verklaarde belanghebbende ontvankelijk en beval hernieuwde beslissing op het bezwaar. Tevens kende het hof proceskostenvergoeding toe voor zowel bezwaar- als beroepsfase.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte proceskostenvergoeding toekende voor de bezwaarfase omdat belanghebbende niet voorafgaand aan de uitspraak op bezwaar een vergoeding had verzocht, zoals vereist door artikel 7:15 lid 3 Awb Pro. De uitspraak van het hof wordt daarom vernietigd voor zover deze betrekking heeft op de proceskosten in de bezwaarfase.

De Hoge Raad benadrukt dat belanghebbende in de heropende bezwaarfase opnieuw een verzoek tot vergoeding kan indienen, inclusief kosten gemaakt bij eerdere behandeling van het bezwaar. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren op 19 september 2008.

Uitkomst: Het hofarrest wordt vernietigd voor zover proceskostenvergoeding in de bezwaarfase werd toegekend zonder voorafgaand verzoek; hernieuwd verzoek in heropende bezwaarfase is mogelijk.

Uitspraak

Nr. 43.552
19 september 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Minister van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 augustus 2006, nr. 03/01154, betreffende een ten aanzien van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) gegeven beschikking tot aansprakelijkstelling ingevolge de Invorderingswet 1990.
1. Het geding in feitelijke instantie
Belanghebbende is bij beschikking van de Ontvanger van 28 november 2002 op grond van primair artikel 34 en Pro subsidiair artikel 35 van Pro de Invorderingswet 1990, juncto artikel 16 van Pro de Wet financiering volksverzekeringen aansprakelijk gesteld voor door A Limited te Q verschuldigde loonbelasting/premieheffing volksverzekeringen.
De Ontvanger heeft bij uitspraak het tegen de beschikking gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
De Ontvanger heeft nadien bij ambtshalve gegeven beschikking het bedrag van de aansprakelijkstelling verminderd.
Het Hof heeft het tegen de uitspraak van de Ontvanger ingestelde beroep gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd, belanghebbende ontvankelijk verklaard in haar bezwaar en de Ontvanger opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen. Voorts heeft het Hof de Ontvanger veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende van de bezwaar- en de beroepsfase.
De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Minister heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van het middel
Het Hof heeft de uitspraak op bezwaar vernietigd en daarbij een proceskostenvergoeding toegekend voor de bezwaarschriftprocedure. Tegen dat oordeel richt zich het middel. Uit de uitspraak van het Hof en de gedingstukken blijkt niet dat belanghebbende, zoals artikel 7:15, lid 3, van de Algemene wet bestuursrecht als voorwaarde stelt, reeds in bezwaar heeft verzocht om vergoeding van de kosten van de bezwaarschriftprocedure. Het Hof heeft derhalve aan belanghebbende ten onrechte een proceskostenvergoeding verleend voor die kosten. Het middel slaagt mitsdien. De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven. Opmerking verdient dat belanghebbende in de (ingevolge 's Hofs in zoverre in cassatie onbestreden beslissing) heropende bezwaarfase opnieuw in de gelegenheid is om een verzoek te doen tot vergoeding van proceskosten van de bezwaarschriftprocedure, daaronder begrepen de kosten die zijn gemaakt in het kader van de eerdere behandeling van het bezwaar. Artikel 7:15, lid 3, van de Algemene wet bestuursrecht staat er niet aan in de weg dat zodanig verzoek alsdan ook voor wat betreft laatstbedoelde kosten in behandeling wordt genomen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond, en
vernietigt de uitspraak van het Hof, doch alleen voor zover daarbij aan belanghebbende een vergoeding is toegekend voor proceskosten in de bezwaarfase.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen en C. Schaap, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2008.