ECLI:NL:HR:2008:BF3161
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste uitleg term 'onderzoek' in Wegenverkeerswet 1994
De zaak betreft een bestuurder die op of omstreeks 31 december 2005 te Gouda werd verdacht van rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 730 microgram per liter uitgeademde lucht.
Het Hof sprak de verdachte vrij omdat niet was voldaan aan de strikte voorschriften van artikel 7 van Pro het Besluit alcoholonderzoeken betreffende de aanwijzing van de bedienaar van het ademanalyseapparaat. Hoewel de bedienaar voldeed aan kennis- en vaardigheidseisen, ontbrak een specifieke aanwijzing door de korpschef.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de term 'onderzoek' in artikel 8, tweede lid, onder a, WVW 1994 te eng had uitgelegd. De aanwijzing door de korpschef kan ook algemeen zijn zonder schriftelijke bevestiging. Op basis van aanvullend bewijs oordeelde de Hoge Raad dat het hof niet wettig en overtuigend had bewezen dat aan de aanwijzingsvereiste was voldaan, waardoor het arrest werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep voor zover het andere tenlasteleggingen betrof en bepaalde dat de strafoplegging eveneens moest worden herzien.
Uitkomst: Arrest vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onjuiste uitleg van 'onderzoek' in WVW 1994.