ECLI:NL:HR:2008:BF3196
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring OM bij termijnoverschrijding
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting. De verdachte was eerder veroordeeld voor medeplegen van een overtreding van de Wet toezicht effecteverkeer en deelname aan een criminele organisatie.
Het hof had het OM niet-ontvankelijk verklaard op grond van het arrest van de Hoge Raad uit 2000, waarin werd geoordeeld dat termijnoverschrijding in uitzonderlijke gevallen tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. Echter, de Hoge Raad heeft in een later arrest van juni 2008 geoordeeld dat termijnoverschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM leidt en dat deze regel onmiddellijk moet worden toegepast.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het OM ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep. De motivering van het hof wordt niet verder beoordeeld omdat het middel slaagt.
Deze uitspraak bevestigt de onmiddellijke toepassing van het arrest van juni 2008 en verduidelijkt de gevolgen van termijnoverschrijding in strafzaken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting omdat het OM ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding.