ECLI:NL:HR:2008:BF3287
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert straf wegens overschrijding redelijke termijn en bevestigt geen klachtdelict bij meisje onder 12 jaar
In deze zaak stond de vraag centraal of het openbaar ministerie ontvankelijk was in de vervolging van een ontuchtig feit met een minderjarig meisje. Het hof had vastgesteld dat het meisje op het moment van de tenlastelegging nog geen 12 jaar oud was, waardoor het klachtvereiste van artikel 247 oud Pro Wetboek van Strafrecht niet van toepassing was. Dit oordeel was feitelijk en werd door de Hoge Raad niet ter discussie gesteld.
De verdachte werd ervan beschuldigd ontuchtige handelingen te hebben verricht met een meisje dat naar schatting tussen de 8 en 12 jaar oud was. De verdediging stelde dat vervolging niet mogelijk was zonder klacht omdat het een klachtdelict betrof, maar het hof verwierp dit omdat het meisje jonger dan 12 jaar was.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak alleen wat betreft de hoogte van de straf en verminderde de gevangenisstraf tot vier jaar en drie maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen.
De uitspraak bevestigt het belang van een juiste leeftijdsbepaling bij klachtdelicten en benadrukt de noodzaak van tijdige rechtsgang om het recht op een eerlijk proces te waarborgen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot vier jaar en drie maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het klachtvereiste was niet van toepassing omdat het meisje jonger dan 12 jaar was.