ECLI:NL:HR:2008:BF3769
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens niet-ontvankelijkheid schriftuur in strafzaak
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. Het geschil betrof de vraag of het overleggen van een schriftuur gelijkgesteld moet worden aan het indienen van een schriftuur binnen de termijn zoals bedoeld in art. 410 lid 1 Sv Pro.
De Hoge Raad stelt dat noch in art. 452 Sv Pro, noch elders in het Wetboek van Strafvordering steun is te vinden voor dit standpunt. Het hof heeft terecht het noodzaakcriterium uit art. 418 lid 3 en Pro 415 jo. 315 Sv toegepast om te beoordelen of de schriftuur alsnog in de procedure kon worden betrokken.
De middelen van cassatie konden niet tot cassatie leiden en de Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering. Het beroep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens het niet voldoen aan het noodzaakcriterium voor het overleggen van schrifturen.