ECLI:NL:HR:2008:BF3792
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid tenlastelegging prostitutieverbod APV Arnhem
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd vervolgd wegens het zich presenteren als prostituee en het aanbieden van dergelijke diensten op een niet-toegestane plaats en tijd volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Arnhem.
De tenlastelegging was toegespitst op artikel 3.2.6, eerste en tweede lid, APV Arnhem, waarin het verboden is zich op of aan de weg te presenteren als prostituee en/of als zodanig diensten aan te bieden buiten de door het college aangewezen gebieden en tijden.
De verdachte stelde dat de gebruikte zinsnede in de tenlastelegging onvoldoende feitelijke betekenis zou hebben en daarmee de dagvaarding nietig zou zijn. De Hoge Raad oordeelde dat deze opvatting onjuist is en dat het hof terecht het middel verwierp. Het tweede middel van de verdachte werd eveneens verworpen zonder nadere motivering.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de geldigheid van de tenlastelegging en verwierp het cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof Arnhem in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem blijft in stand.