ECLI:NL:HR:2008:BF3923
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot toewijzing gezamenlijk gezag over minderjarig kind tussen voormalige levenspartners
De vader heeft bij de rechtbank Amsterdam verzocht om hem primair het gezag over zijn minderjarige dochter toe te wijzen in plaats van de moeder, en subsidiair om gezamenlijk gezag toe te wijzen. De moeder heeft dit verzoek bestreden. Na mediation en advies van de Raad voor de Kinderbescherming heeft de kantonrechter het verzoek afgewezen. De vader stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking van de kantonrechter bekrachtigde.
Vervolgens stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere rechterlijke instanties. Hiermee blijft het gezag bij de moeder en wordt het verzoek van de vader afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot gezamenlijk gezag.