ECLI:NL:HR:2008:BF3928
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging partneralimentatie na echtscheiding op grond van redelijkheid en billijkheid
De vrouw verzocht de rechtbank om verlenging van de partneralimentatieverplichting van de man tot haar 65e levensjaar, nadat de wettelijke termijn van twaalf jaar was verstreken. De rechtbank en het hof wezen dit verzoek af, waarbij werd geoordeeld dat de vrouw geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die verlenging rechtvaardigen.
De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke regeling in art. 1:157 lid 4 BW Pro bepaalt dat de alimentatieplicht na twaalf jaar van rechtswege eindigt, tenzij bijzondere omstandigheden volgens lid 5 een verlenging rechtvaardigen. De alimentatiegerechtigde draagt de stelplicht en bewijslast voor deze bijzondere omstandigheden.
In deze zaak oordeelde het hof dat de vrouw voldoende kansen had gehad om financieel zelfstandig te worden, onder meer door het opbouwen van vermogen uit de verkoop van huizen, en dat haar verzoek daarom niet kon worden toegewezen. De draagkracht van de man is pas relevant als bijzondere omstandigheden bij de vrouw zijn vastgesteld, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad stelt dat voor verlengingsverzoeken op grond van art. 1:157 lid 5 BW Pro geen hogere motiveringseisen gelden dan de gewone motiveringseisen. Het beroep van de vrouw wordt verworpen, waarmee de eerdere afwijzingen worden bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het verzoek tot verlenging van de partneralimentatie en bekrachtigt de eerdere afwijzingen.