ECLI:NL:HR:2008:BF5300
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling op grond van de Opiumwet
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een definitief vonnis van de Politierechter te Haarlem uit 2004, waarbij de aanvrager werd veroordeeld voor overtreding van artikel 2 van Pro de Opiumwet. De aanvraag berust op het vermoeden van persoonsverwisseling, ondersteund door een dactyloscopisch signalement uit 2007 dat niet overeenkomt met het signalement dat in 2004 bij de aanhouding werd vastgesteld.
De Hoge Raad concludeert dat de zaak ten onrechte op naam van de aanvrager is gesteld en dat, indien de rechter bekend was geweest met deze feiten, de aanvrager waarschijnlijk zou zijn vrijgesproken. Dit vormt een omstandigheid als bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering.
Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor nieuwe behandeling en beslissing. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 28 oktober 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor herbehandeling.