ECLI:NL:HR:2008:BF5529

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10653
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoepen in strafzaak na arrest gerechtshof 's-Gravenhage

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 16 december 2008 uitspraak gedaan over de cassatieberoepen die waren ingesteld door het Openbaar Ministerie en de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 december 2006. De advocaat-generaal bij het hof en de raadsman van de verdachte hebben schriftelijke middelen van cassatie ingediend. Na zorgvuldige beoordeling heeft de Hoge Raad geoordeeld dat geen van de middelen tot cassatie kan leiden.

De Hoge Raad heeft op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering besloten dat nadere motivering niet noodzakelijk is, aangezien de middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Ook achtte de Hoge Raad geen reden aanwezig om het bestreden arrest ambtshalve te vernietigen.

Daarmee zijn de cassatieberoepen verworpen en blijft het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 december 2006 ongewijzigd van kracht. De uitspraak werd gedaan door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, samen met de vice-president A.J.A. van Dorst en raadsheer J.P. Balkema, in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen en bevestigt het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Uitspraak

16 december 2008
Strafkamer
nr. 07/10653
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 december 2006, nummer 22/006047-05, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. De beroepen zijn ingesteld door Advocaat-Generaal bij het Hof en door de verdachte.
1.2. De Advocaat-Generaal bij het Hof heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de verdachte heeft mr. P.H. Ruys, advocaat de Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
1.3. De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de beroepen zal verwerpen.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moeten de beroepen worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt de beroepen.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, de vice-president A.J.A. van Dorst en de raadsheer J.P. Balkema, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 16 december 2008.