ECLI:NL:HR:2008:BF8824

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/146HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aansprakelijkheid beleggingsadviseur bij ICT-aandelen

Eiseres heeft Van Lanschot Bankiers N.V. gedagvaard wegens vermeende wanprestatie en onrechtmatig handelen in de advisering over beleggingen in ICT-aandelen. De rechtbank wees de vordering grotendeels toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. Eiseres stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat Van Lanschot niet aansprakelijk is voor de door eiseres geleden schade door het beleggingsadvies. De zorgplicht van de beleggingsadviseur is in dit geval niet overschreden.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering van eiseres wordt afgewezen.

Uitspraak

5 december 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/146HR
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
F. VAN LANSCHOT BANKIERS N.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Van Lanschot.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 23 april 2002 Van Lanschot gedagvaard voor de rechtbank 's-Hertogenbosch en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat Van Lanschot zich schuldig heeft gemaakt aan wanprestatie c.q. onrechtmatig handelen en op onrechtmatige wijze gebruik heeft gemaakt van de door [eiseres] aan Van Lanschot verstrekte bevoegdheden alsmede dat Van Lanschot aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade door dat optreden, nader op te maken bij staat, met rente en kosten.
Van Lanschot heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnis waarbij is geoordeeld dat het aan Van Lanschot is om bewijs te leveren en getuigenverhoren, bij eindvonnis van 12 oktober 2005 de vordering van [eiseres] grotendeels toegewezen.
Tegen het eindvonnis heeft Van Lanschot hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 16 januari 2007 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiseres] afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Van Lanschot heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Van Lanschot begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 december 2008.