ECLI:NL:HR:2008:BG1241
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Verzekering Nederlandse volksverzekeringen bij arbeidsovereenkomst met Nederlandse werkgever ondanks onderliggende buitenlandse arbeidsovereenkomst
Belanghebbende was in 2002 woonachtig in Nederland en werkte als kapitein in de wateren van Kazachstan. Hij had twee arbeidsovereenkomsten: een bovenliggende overeenkomst met een Nederlandse werkgever en een onderliggende overeenkomst met een Kazachstaanse vennootschap, die slechts om administratieve redenen was gesloten.
De Belastingdienst legde een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op die na bezwaar en beroep door het Hof werd gehandhaafd. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende op grond van artikel 12, lid 1, BUB 1999 verzekerd was voor de Nederlandse volksverzekeringen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende verzekerd was omdat hij zijn arbeid uitsluitend verrichtte krachtens de Nederlandse arbeidsovereenkomst. De onderliggende overeenkomst werd als louter formeel en administratief van aard beschouwd zonder zelfstandige betekenis. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, omdat het oordeel niet onjuist was en voldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad wees ook op het ontbreken van gronden voor proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en belanghebbende is verzekerd voor de Nederlandse volksverzekeringen in 2002.