ECLI:NL:HR:2008:BG2140

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12608 A
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in Antilliaanse strafzaak

In deze strafzaak tegen verdachte, die gedetineerd was in het Huis van Bewaring op Curaçao, werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba een gevangenisstraf van achttien jaar opgelegd. De verdachte stelde beroep in cassatie bij de Hoge Raad, die het middel echter niet ontvankelijk verklaarde omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Op grond hiervan werd ambtshalve besloten tot strafvermindering.

De straf werd verminderd tot zeventien jaar en negen maanden gevangenisstraf. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de overige onderdelen van het bestreden arrest in stand bleven. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, op 16 december 2008.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

16 december 2008
Strafkamer
nr. 07/12608 A
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 29 mei 2007, nummer H-228/06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren in de [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in het Huis van Bewaring "Bon Futuro" op Curaçao (Nederlandse Antillen).
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering van die straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt en waarin een gevangenisstraf van achttien jaren is opgelegd, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.
4. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze zeventien jaren en negen maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 16 december 2008.