ECLI:NL:HR:2008:BG2140
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in Antilliaanse strafzaak
In deze strafzaak tegen verdachte, die gedetineerd was in het Huis van Bewaring op Curaçao, werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba een gevangenisstraf van achttien jaar opgelegd. De verdachte stelde beroep in cassatie bij de Hoge Raad, die het middel echter niet ontvankelijk verklaarde omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Op grond hiervan werd ambtshalve besloten tot strafvermindering.
De straf werd verminderd tot zeventien jaar en negen maanden gevangenisstraf. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de overige onderdelen van het bestreden arrest in stand bleven. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, op 16 december 2008.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.