ECLI:NL:HR:2008:BG2858
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid onware bekentenis
De aanvrager verzocht om herziening van een verstekvonnis van de Economische Politierechter te Groningen uit 2005, waarbij hij was veroordeeld voor overtreding van voorschriften uit de Wet goederenvervoer over de weg. Hij stelde dat zijn eerder afgelegde bekennende verklaring onwaar was en dat hij deze had afgelegd om zo snel mogelijk inbeslaggenomen voertuigen terug te krijgen vanwege financiële problemen van zijn bedrijf.
De Hoge Raad overwoog dat een aanvrager die terugkomt op een eerdere verklaring aannemelijk moet maken waarom en dat deze verklaring onjuist is. De door de aanvrager opgegeven redenen waren onvoldoende onderbouwd en boden geen grond om aan te nemen dat zijn eerdere verklaringen onjuist waren geweest.
Verder werd vastgesteld dat de aanvrage niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 457 Sv Pro, omdat de nieuwe omstandigheden niet het ernstig vermoeden wekten dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of toepassing van een minder zware strafbepaling zou hebben geleid.
Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen en bleef de oorspronkelijke veroordeling van een geldboete van € 1.800,- subsidiair 36 dagen hechtenis in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de onwaarheid van de eerdere bekentenis.