ECLI:NL:HR:2008:BG4211
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt BPM-heffing voor langdurig verhuurde buitenlandse auto wegens strijd met EU-recht
In deze zaak stond de heffing van belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) centraal, waarbij een auto met een buitenlands kenteken langdurig werd verhuurd door een inwoner van België. De naheffingsaanslag BPM werd opgelegd zonder rekening te houden met de duur van de huurovereenkomst of het gebruik van de auto op het Nederlandse wegennet.
De Hoge Raad verwees naar een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waarin werd geoordeeld dat de artikelen 43 tot en met 55 EG zich verzetten tegen een dergelijke nationale regeling die geen rekening houdt met de duur van het gebruik of de huurovereenkomst.
De Hoge Raad concludeerde dat het wettelijke stelsel van de Wet BPM een gebrek vertoont dat niet binnen het stelsel kan worden hersteld en dat de naheffingsaanslag daarom moet worden vernietigd wegens het ontbreken van een deugdelijke wettelijke grondslag.
De uitspraak van het Hof en de naheffingsaanslag werden vernietigd, en de Staat werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan belanghebbende. Hiermee werd bevestigd dat nationale belastingen die niet proportioneel zijn aan het gebruik in Nederland in strijd zijn met het EU-recht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd wegens strijd met de artikelen 43-55 EG; de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.