ECLI:NL:HR:2008:BG4235
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Conservatoir beslag op banktegoed geen waardeverminderende factor bij vermogensbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag in de vermogensbelasting opgelegd, welke na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Het Gerechtshof verklaarde het tegen deze uitspraak ingestelde beroep ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad stelde vast dat het banktegoed een bezitting is zoals bedoeld in artikel 4 van Pro de Wet op de vermogensbelasting 1964. Vervolgens oordeelde de Hoge Raad dat het conservatoir beslag op dit banktegoed geen waardeverminderende factor vormt en ook niet als schuld kan worden aangemerkt.
De overige klachten van belanghebbende werden niet ontvankelijk verklaard omdat zij niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidden. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; conservatoir beslag op banktegoed vormt geen waardevermindering of schuld.