ECLI:NL:HR:2008:BG5985
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over premie volksverzekeringen bij onderbreking werkzaamheden in buitenland
Belanghebbende was in 2002 woonachtig in Nederland en werkte in januari voor een buitenlandse werkgever met werkzaamheden buiten Nederland. In februari was hij werkloos en van maart tot december werkte hij voor een Nederlandse werkgever met werkzaamheden buiten Nederland. Over het hele jaar werd hem premie volksverzekeringen opgelegd.
De Inspecteur verleende vrijstelling voor januari, maar het hof oordeelde dat belanghebbende geen recht had op vrijstelling voor de rest van het jaar, inclusief de werkloosheidsperiode in februari. Belanghebbende stelde in cassatie dat hij het gehele jaar niet verzekerd was, en subsidiair dat februari niet premieplichtig was.
De Hoge Raad verwierp de primaire klacht wegens gebrek aan rechtsvragen van belang en oordeelde dat de subsidiaire klacht faalde omdat de wettelijke regeling een onderbreking van ten minste drie maanden vereist, en februari slechts één maand betrof. Bovendien was na februari de arbeid hervat bij een Nederlandse werkgever, zodat geen reden was voor vrijstelling.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de premieplicht voor 2002 blijft gehandhaafd.