ECLI:NL:HR:2008:BG6221
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling in geurproefzaak wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een vonnis van de Politierechter Zutphen uit 2006, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor twee diefstallen op 14 mei 2005: een woninginbraak met braak en diefstal van bankpassen, en diefstal van geld uit een geldautomaat met valse sleutels.
De herzieningsaanvraag is gebaseerd op onregelmatigheden bij geuridentificatieproeven uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland tussen 1997 en 2006. De speurhondengeleider was tijdens het onderzoek regelmatig op de hoogte van de sorteervolgorde van geurdragers, wat het bewijs onbetrouwbaar maakt.
De Hoge Raad oordeelt dat voor het tweede feit geen geurproef is gebruikt en verklaart dat deel van de aanvraag ongegrond. Voor het eerste feit is vastgesteld dat het vonnis mede steunde op een onregelmatige geuridentificatieproef. Zonder dit bewijs zou de rechter niet tot veroordeling zijn gekomen, waardoor sprake is van een ernstig vermoeden dat de aanvrager vrijgesproken zou zijn.
De Hoge Raad verklaart de aanvraag gegrond voor het eerste feit, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor herbehandeling. De rest van de aanvraag wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor de diefstal met braak en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor herbehandeling.