ECLI:NL:HR:2008:BG6318
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Politierechter te 's-Gravenhage uit 2002, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor medeplegen van poging tot oplichting. De aanvrage stelt dat er sprake was van persoonsverwisseling omdat de broer van de aanvrager zich bij de politie zou hebben uitgegeven voor de aanvrager op de dag van aanhouding, 5 februari 2002.
Ter onderbouwing werden verklaringen overgelegd waaruit bleek dat de broer in eerdere gevallen de persoonsgegevens van de aanvrager gebruikte. Echter, uit deze verklaringen blijkt niet dat dit ook op 5 februari 2002 het geval was. Het dossier bevestigt dat de aanhouding op die datum plaatsvond en dat de verdachte daadwerkelijk de broer was.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde omstandigheden niet voldoen aan de wettelijke criteria voor herziening, omdat zij geen ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst zou hebben geleid. Daarom wordt het verzoek tot herziening afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende bewijs van persoonsverwisseling op de dag van aanhouding.