ECLI:NL:HR:2008:BG6756
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van herzieningsverzoek in zaak overtreding WAM-verzekering
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de aanvrager werd veroordeeld voor overtreding van artikel 30, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) op 30 april 2003. De veroordeling bestond uit een geldboete van € 200,-, subsidiair vier dagen hechtenis.
Het verzoek tot herziening was gebaseerd op een brief van een assurantiekantoor waarin werd gesteld dat er op 30 april 2003 een WAM-verzekering voor de auto van kracht was. Deze brief vermeldde echter ook dat de auto tussen juni en september 2002 was afgemeld bij de RDW wegens niet-betaling van de premie, zonder dat de duur van deze afmeldingen kon worden vastgesteld.
De Hoge Raad overwoog dat voor herziening slechts feiten van feitelijke aard kunnen dienen die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die een ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf zou hebben geleid. Omdat het kenteken niet was vermeld en geen verklaring als bedoeld in artikel 34, tweede lid, WAM was overgelegd, wekte de brief geen ernstig vermoeden van onjuistheid van het eerdere oordeel.
Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen en bleef de veroordeling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling wegens overtreding van de WAM-verzekering.