ECLI:NL:HR:2008:BG6789
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in strafzaak met bijzondere schadevoorwaarde
Op 16 december 2008 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 maart 2007.
De zaak betrof onder meer een bijzondere voorwaarde waarbij verdachte een schadevergoeding van €50.000 moest betalen. Namens verdachte heeft mr. A.H. Westendorp middelen van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren J.W. Ilsink, J. de Hullu, W.M.E. Thomassen en H.A.G. Splinter-van Kan, en uitgesproken op 16 december 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof met de bijzondere schadevoorwaarde van €50.000.