ECLI:NL:HR:2008:BG7047
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling op grond van de Opiumwet
Op 4 juni 2006 werd een persoon aangehouden op Schiphol als verdachte van overtreding van artikel 2 van Pro de Opiumwet. Deze persoon werd veroordeeld door de Politierechter te Haarlem op 6 juli 2006 tot een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf. De aanvraagster stelde echter dat sprake was van persoonsverwisseling, hetgeen onderzoek door de Koninklijke Marechaussee en de Dienst Nationale Recherche bevestigde.
De aanvraag tot herziening werd ingediend op grond van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv, omdat de veroordeelde niet de aangehouden persoon was. De Hoge Raad concludeerde dat de oorspronkelijke veroordeling ten onrechte op naam van de aanvraagster was gesteld en dat er een ernstig vermoeden bestond dat de Politierechter bij juiste kennis niet tot veroordeling zou zijn gekomen.
De Hoge Raad verklaarde de herzieningsaanvraag gegrond, schortte de tenuitvoerlegging van het vonnis op en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling en beslissing volgens artikel 467, eerste lid, Sv. Hiermee werd de rechtsgang hersteld en werd de aanvraagster beschermd tegen onterechte veroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling.