ECLI:NL:HR:2008:BG7227

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01038
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.G. van Vliet
  • P.J. van Amersfoort
  • P. Lourens
  • E.N. Punt
  • J.A.C.A. Overgaauw
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofuitspraak wegens ontbreken beslissing op verzoek schadevergoeding omzetbelasting

Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd voor het tijdvak 1 januari 1998 tot en met 31 december 1998. Zij maakte bezwaar tegen het niet tijdig doen van uitspraak op deze aanslag en boete en ging in beroep bij de rechtbank. De inspecteur deed vervolgens alsnog uitspraak op bezwaar, waarbij de aanslag en boete werden gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar inzake de boete en verminderde de boete.

Belanghebbende ging in hoger beroep bij het hof, dat de uitspraak van de rechtbank, de uitspraken op bezwaar, de naheffingsaanslag en boetebeschikking vernietigde. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte niet had beslist op het verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro, terwijl dit verzoek uitdrukkelijk was gedaan.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het hofarrest voor zover het ontbrak aan een beslissing op het verzoek om schadevergoeding en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor behandeling van dat verzoek. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest wegens het ontbreken van een beslissing op het verzoek om schadevergoeding en verwijst de zaak terug voor behandeling.

Uitspraak

Nr. 08/01038
19 december 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de fiscale eenheid X1 B.V. en X2 B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 22 februari 2008, nr. 06/00423, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1998 tot en met 31 december 1998 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, alsmede een boete.
Belanghebbende is tegen het niet tijdig doen van uitspraak op het door haar tegen de naheffingsaanslag en de boetebeschikking gemaakte bezwaar in beroep gekomen bij de Rechtbank te Breda.
Nadien heeft de Inspecteur alsnog in één geschrift uitspraak gedaan op de bezwaren, bij welke uitspraken de naheffingsaanslag en de boetebeschikking zijn gehandhaafd.
De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar inzake de boetebeschikking vernietigd en de boete verminderd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank, alsmede de uitspraken op bezwaar, de naheffingsaanslag en de boetebeschikking vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van het middel
Het middel, dat erover klaagt dat het Hof zich ten onrechte niet heeft uitgesproken over het verzoek van belanghebbende om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, slaagt. Nu belanghebbende voor het Hof uitdrukkelijk een zodanig verzoek heeft gedaan, had het Hof, het beroep van belanghebbende gegrond bevindend, hierover een beslissing moeten nemen. Nu dit niet is gebeurd, kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.
4. Proceskosten
De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 08/01039 met de onderhavige zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, voor zover daarin ontbreekt een beslissing op het verzoek om schadevergoeding,
verwijst het geding voor de behandeling van dat verzoek naar het Gerechtshof te Arnhem,
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 433, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op de helft van € 1288, derhalve € 644, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort, P. Lourens, E.N. Punt, en J.A.C.A. Overgaauw, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2008.