ECLI:NL:HR:2008:BG7228
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling werkkledingbegrip bij vervuilde kleding in loonbelastingzaak
Belanghebbende, een schildersbedrijf, kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd over het tijdvak 1998-2000 vanwege verstrekte kleding aan werknemers. De kleding raakte snel besmeurd met verf en was daarna moeilijk schoon te krijgen.
Het hof oordeelde dat deze kleding, ondanks vervuiling, als werkkleding kon worden aangemerkt omdat zij nagenoeg uitsluitend geschikt was om bij het verwerven van loon te worden gedragen. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de wet en wetsgeschiedenis niet volgt dat vervuilde kleding die ook buiten het werk kan worden gedragen, als werkkleding kan gelden alleen vanwege vervuiling. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest en verwees de zaak terug voor herberekening van de naheffingsaanslag.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure en gaf het verwijzingshof de opdracht om bij instandhouding van de boete te beoordelen of en in hoeverre dit gevolgen heeft voor de boetehoogte.
De Hoge Raad wees geen proceskosten toe en sprak het arrest uit op 19 december 2008.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor herberekening van de naheffingsaanslag en beoordeling van de boete.