ECLI:NL:HR:2008:ZC8116
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake naheffingsaanslag omzetbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1 januari 1995 tot en met 31 maart 1997. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de toepassing van de Wet van 18 december 1995, die terugwerkende kracht heeft, en de vraag of prestaties vóór 1 april 1995 recht op aftrek van omzetbelasting gaven.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had vastgesteld of er vóór 31 maart 1995 prestaties waren verricht die recht op aftrek gaven. Volgens het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen kan in dat geval geen naheffingsaanslag worden opgelegd. Het vertrouwensbeginsel werd door de Hoge Raad erkend voor zover het betrekking had op de communautaire regelgeving.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren op 11 april 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.