ECLI:NL:HR:2009:AZ6922
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in geschil over douaneschuldenaar bij vermissing goederen in tijdelijke opslag
Belanghebbende bracht op 13 juli 1997 goederen per vliegtuig binnen het douanegebied van de Gemeenschap en deed een summiere aangifte onder de aanduiding 'consolidated cargo'. Bij lossing door A B.V. werden zes verpakkingen minder aangetroffen dan aangegeven. De douane stelde dat deze goederen waren onttrokken aan het douanetoezicht en stelde belanghebbende als douaneschuldenaar aan. Belanghebbende maakte geen bezwaar tegen de uitnodiging tot betaling, maar verzocht later om terugbetaling, wat werd afgewezen.
Het Hof oordeelde dat de uitnodigingen tot betaling vernietigd moesten worden omdat belanghebbende niet binnen drie maanden in de gelegenheid was gesteld bewijs te leveren, op grond van artikel 203 CDW Pro juncto artikel 379 UCDW Pro. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en het arrest van het Hof, omdat artikel 379 UCDW Pro niet van toepassing is bij onttrekking uit tijdelijke opslag en een verzoek tot terugbetaling niet tot vernietiging van de uitnodiging tot betaling kan leiden.
De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, waarbij moet worden vastgesteld of belanghebbende de douaneschuldenaar is, afhankelijk van wie de goederen na lossing onder zich had. De last van bewijs hiervoor rust op belanghebbende. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor nadere behandeling.