ECLI:NL:HR:2009:BA1242

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43416
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 203 Communautair douanewetboekArt. 215 Communautair douanewetboekArt. 22 vierde lid Wet OBArt. 378 Uitvoeringsverordening Communautair douanewetboek
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Plaats van ontstaan omzetbelastingschuld bij extern communautair douanevervoer van auto

In deze zaak gaat het om een auto die bestemd was voor Polen en werd aangegeven voor extern communautair douanevervoer naar Duitsland. Het document T1 werd niet gezuiverd, waardoor de Tariefcommissie onherroepelijk oordeelde dat de belanghebbende in Nederland douaneschuldenaar was op grond van artikel 203 van Pro het Communautair douanewetboek.

De procedure betreft de omzetbelasting in verband met de onttrekking van de auto. Advocaat-generaal De Wit bespreekt de plaats van ontstaan van de omzetbelastingschuld, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de plaats van het ontstaan van de douaneschuld, conform het arrest van het Hof van Justitie inzake Liberexim (zaak C-371/99) en eerdere arresten van de Hoge Raad.

In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie waarbij de onttrekking in Nederland werd geacht plaats te vinden, is in deze zaak vastgesteld dat de auto via Duitsland naar Polen is gegaan, waardoor de onttrekking in Duitsland plaatsvindt. De wetgever heeft bij het vervallen van artikel 22, vierde lid, Wet OB geen overgangsrecht voorzien, waardoor geen eerbiedigende werking geldt voor gevallen waarbij de plaats van ontstaan van de douaneschuld al onherroepelijk was vastgesteld.

De inspecteur heeft ter zitting niet betwist dat het doorrijden bij de Duits-Poolse grens een onttrekking vormt en heeft een uitnodiging tot betaling gedaan. Omdat de plaats van onttrekking buiten de termijn van drie jaar is komen vast te staan, is discussie over de toepassing van artikel 378 Uitvoeringsverordening Communautair douanewetboek relevant, waarbij het doel is om verval van navorderingstermijnen te voorkomen. Advocaat-generaal De Wit concludeert tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.

Uitkomst: De onttrekking van de auto vond plaats in Duitsland, waardoor de omzetbelastingschuld daar ontstaat; prejudiciële vragen worden gesteld aan het Hof van Justitie.

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd