ECLI:NL:HR:2009:BB3469
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over saldering van positieve valutaresultaten bij kosten financiering buitenlandse deelneming
Belanghebbende, een houdster- en financieringsmaatschappij met een 20% belang in een Britse deelneming, behaalde in 1999 een positief valutaresultaat op de lening voor deze deelneming. De Inspecteur had een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, omdat het oordeelde dat positieve valutaresultaten niet gesaldeerd mochten worden met de kosten.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 13, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting mede voordelen door valutawijzigingen als kosten beschouwt. Het EG-Verdrag staat een gelijke behandeling van kosten die wel of niet direct dienstbaar zijn aan in Nederland belastbare winst niet in de weg. Het hof had ten onrechte het positieve valutaresultaat niet in mindering gebracht op de aftrekbare kosten.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het hof en verklaarde het beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd.