ECLI:NL:HR:2009:BC2870
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van regulerende mineralenheffingen onder de Meststoffenwet en Europese regelgeving
In deze zaak heeft de Hoge Raad zich gebogen over vijftien cassatieberoepen met betrekking tot de regulerende mineralenheffingen onder de Meststoffenwet, die van 1998 tot 2005 golden. Deze heffingen betroffen fosfaat- en stikstofheffingen, waarbij gekozen kon worden tussen forfaitaire en verfijnde systemen, waarbij de laatste gebaseerd was op werkelijke gehaltes in dierlijke meststoffen.
De ministeriële regeling vereiste dat steekproefonderzoeken een maximale afwijking van 15% mochten vertonen tussen gemeten en werkelijke gehaltes. Uit onderzoek bleek dat deze norm niet werd gehaald voor fosfaatgehaltes, waardoor de fosfaatheffing niet gehandhaafd kan worden. De A-G concludeerde dat de nauwkeurigheidsnorm zelf niet in strijd is met het recht.
Verder oordeelde de A-G dat het MINAS-systeem, hoewel niet een perfecte implementatie van de Europese Nitraatrichtlijn, de fiscale soevereiniteit van Nederland niet schaadt. Ook is er geen strijd met de gemeenschappelijke marktordening in de varkensvleessector en wordt het recht op eigendom onder het EVRM niet geschonden.
De cassatieberoepen van de minister zijn gegrond verklaard behalve voor de fosfaatheffing, die terecht door het hof was vernietigd. Voor de andere zaken is het beroep gegrond verklaard voor zover de fosfaatheffing ten onrechte niet was vernietigd. De uitspraak wordt niet gepubliceerd.
Uitkomst: De fosfaatheffing onder de Meststoffenwet kan niet in stand blijven vanwege onvoldoende nauwkeurigheid bij bemonstering, terwijl het systeem niet in strijd is met Europese regelgeving of het EVRM.