ECLI:NL:HR:2009:BC2871
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de mineralenheffingen onder de Meststoffenwet en hun rechtmatigheid
Deze zaak betreft vijftien cassatieberoepen over de heffingen ingevolge de Meststoffenwet, die een stelsel van regulerende mineralenheffingen (MINAS) omvatten. Dit systeem kende twee heffingsmethoden: forfaitaire en verfijnde mineralenheffingen, waarbij de heffingsgrondslag deels gebaseerd was op werkelijke stikstof- en fosfaatgehaltes in dierlijke meststoffen.
De ministeriële regeling bepaalde dat de vaststelling van deze gehaltes via steekproefonderzoek moest plaatsvinden, met een toegestane foutmarge van maximaal 15% in 95% van de analyses. Uit onderzoek bleek echter dat het fosfaatgehalte met meer dan deze toegestane marge kon afwijken, waardoor de fosfaatheffing niet aan deze nauwkeurigheidsnorm voldeed. De advocaat-generaal concludeerde dat de fosfaatheffing daarom niet in stand kan blijven.
Verder oordeelde de advocaat-generaal dat de nauwkeurigheidsnorm zelf niet in strijd is met het recht, en dat het MINAS-systeem geen onrechtmatige schending vormt van de Europese Nitraatrichtlijn, noch de soevereiniteit van Nederland op fiscaal gebied aantast. Ook werd geoordeeld dat de heffingen niet in strijd zijn met de gemeenschappelijke marktordening voor varkensvlees of met het recht op eigendom zoals beschermd door het EVRM.
In de zaken waarin de Minister cassatie instelde, werd het beroep gegrond verklaard behalve voor de fosfaatheffing die door het hof terecht was vernietigd. In de overige zaken werd het beroep gegrond verklaard voor zover het de fosfaatheffing betreft, die door lagere hoven ten onrechte niet was vernietigd. De uitspraak wordt niet gepubliceerd.
Uitkomst: De fosfaatheffing onder het MINAS-systeem wordt vernietigd vanwege overschrijding van de nauwkeurigheidsnorm, overige heffingen blijven gehandhaafd.