ECLI:NL:HR:2009:BC2872
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de mineralenheffingen onder de Meststoffenwet en de nauwkeurigheidsnorm fosfaatheffing
Deze zaak betreft vijftien cassatieprocedures over heffingen ingevolge de Meststoffenwet, specifiek het mineralenaangiftesysteem (MINAS) dat van 1998 tot 2005 gold. MINAS kende twee systemen voor het bepalen van de heffingsgrondslag: forfaitaire en verfijnde mineralenheffingen, waarbij de laatste zoveel mogelijk gebaseerd waren op werkelijke hoeveelheden fosfaat en stikstof in dierlijke meststoffen.
De ministeriële regeling stelde dat de vaststelling van stikstof- en fosfaatgehaltes moest plaatsvinden via steekproefonderzoek, waarbij de afwijking tussen werkelijke en gemeten gehaltes in 95% van de analyses niet meer dan 15% mocht bedragen. Uit onderzoek bleek dat deze norm bij fosfaat niet werd gehaald, waardoor de fosfaatheffing niet in stand kon blijven.
De conclusie van A-G Niessen bevestigt dat de nauwkeurigheidsnorm zelf niet in strijd is met het recht. Ook oordeelt hij dat het MINAS-systeem niet strijdig is met de Europese Nitraatrichtlijn, noch met het EG-verdrag inzake de gemeenschappelijke marktordening in de varkensvleessector, en evenmin met het recht op eigendom onder het EVRM.
In zaken waarin de Minister cassatie instelde, wordt het beroep gegrond verklaard behalve voor de fosfaatheffing, die door het hof terecht was vernietigd. In andere zaken wordt het beroep gegrond verklaard voor zover het de fosfaatheffing betreft, die ten onrechte niet was vernietigd. De uitspraak wordt niet gepubliceerd.
Uitkomst: De fosfaatheffing op basis van de gebruikte bemonsterings- en analysemethoden kan niet in stand blijven vanwege overschrijding van de nauwkeurigheidsnorm.