ECLI:NL:HR:2009:BD3566
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in zaak navordering vennootschapsbelasting wegens toerekening kwade trouw
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag en boete opgelegd over het jaar 1999 wegens een te laag aangegeven belastbaar bedrag in de vennootschapsbelasting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigde de aanslag en boete omdat het niet aannemelijk achtte dat belanghebbende te kwader trouw was.
Het hof oordeelde dat kwade trouw bij de belastingplichtige alleen kan worden aangenomen bij voorwaardelijke opzet en dat belanghebbende niet bewust was van de fouten in de aangifte. Ook vond het hof dat de kwade trouw van degene die de aangifte opstelde (D) niet aan belanghebbende kon worden toegerekend.
De Hoge Raad stelt echter dat kwade trouw van degene die de aangifte namens de belastingplichtige opstelt, aan die belastingplichtige moet worden toegerekend. Het arrest van 1 december 2006, dat anders oordeelde, was gebaseerd op strafrechtelijke principes die hier niet van toepassing zijn.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de navorderingsaanslag betreft en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Het arrest blijft in stand voor zover het de boetebeschikking en proceskosten betreft.
De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en benadrukt dat het oordeel over de kwade trouw van belanghebbende zelf niet onbegrijpelijk is en niet tot cassatie kan leiden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de navorderingsaanslag betreft en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.