ECLI:NL:HR:2009:BD4446
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Toepassing verlengde navorderingstermijn bij vennootschapsbelasting en uitleg artikel 16 lid 4 AWR
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd over 1992, waarbij een bedrag van ƒ 250.000 als winst uit Pools-Russische handel werd aangemerkt in plaats van dividend. Het hof verklaarde de navordering onrechtmatig omdat de inspecteur binnen de reguliere termijn van vijf jaar over de benodigde gegevens beschikte maar niet tijdig navorderde.
De Hoge Raad stelt dat artikel 16 lid 4 AWR Pro een verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar biedt voor buitenlandse bestanddelen en dat deze verlenging ook geldt als de inspecteur binnen vijf jaar al over de gegevens beschikte. De wetgever heeft niet beoogd dat de bevoegdheid tot navorderen vervalt als de inspecteur niet binnen de reguliere termijn navordert.
Het hof had ook geoordeeld dat het gebruik van artikel 16 lid 4 in Pro dit geval in strijd was met het verbod van détournement de pouvoir en het evenredigheidsbeginsel, maar de Hoge Raad verwerpt dit. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met toepassing van de verlengde navorderingstermijn van artikel 16 lid 4 AWR.