ECLI:NL:HR:2009:BD5468
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over emigratieheffing aanmerkelijkbelanghouders en belastingverdrag met VK
Belanghebbende kreeg voor 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die het Hof Arnhem vernietigde na een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie EU over de emigratieheffing voor aanmerkelijkbelanghouders. Het Hof van Justitie oordeelde dat de emigratieheffing in principe verenigbaar is met het fiscale territorialiteitsbeginsel, maar dat de zekerheidstelling voor uitstel van betaling verder gaat dan strikt noodzakelijk is.
De Hoge Raad stelt dat de aanslag rechtsgevolgen behoudt en dat het Hof Arnhem ten onrechte niet heeft toegepast dat de Staat belanghebbende moet schadeloosstellen voor de kosten van zekerheidstelling. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof, verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat de Staat €769,50 plus rente aan belanghebbende moet vergoeden.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de emigratieheffing niet in strijd is met het belastingverdrag Nederland-Verenigd Koninkrijk, omdat de heffing ziet op waardestijging tijdens binnenlandse belastingplicht. Het beroep van belanghebbende op het verdrag faalt. De Hoge Raad veroordeelt de Staat ook tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof, behoudt de aanslag en veroordeelt de Staat tot vergoeding van zekerheidstellingskosten van €769,50 plus rente.